
Dit is het eerste interview in de serie ‘Vrijwilliger van de Maand’. Op de Nieuwjaarsreceptie van de gemeente Epe begin januari 2027 wordt bekend wie de ‘Vrijwilliger van het Jaar’ is geworden.
Linda Seinstra uit Emst is wat je noemt een echt mensenmens. Als zodanig leeft ze zich uit in het vrijwilligerswerk, waar ze om en nabij een week mee vult naast de dingen die ze professioneel vervult. Alles gerelateerd aan het omkijken naar de medemens in de breedste zin van het woord.
Of ze het van thuis meekreeg? Er volgt een volmondig ja.
“Mijn moeder en vader zaten in allerlei organisaties. Zelf ben ik er vanaf mijn vijftiende bij betrokken. Een buurvrouw loodste me de speeltuinvereniging binnen. Daar heb ik ruim twintig jaar met plezier gewerkt. Ik heb er bovendien mijn man leren kennen. Wat wil je nog meer?”
Maar veel mensen kennen je toch vooral van het werk voor de lokale omroep…
(lach). “Ja, dat is klein begonnen met incidentele medewerking aan het programma Koffietijd van Cobie Nijhof. Dat werkte zo aanstekelijk dat ik nu via diverse schakels er alle dagen bij betrokken ben.
Programma’s als De Praotstoel met Cor Rorije (stopt eind deze maand na heel veel jaren) en een wekelijks item met Jan Berends. Vanuit de studio en op locatie.
Sinds ik in het bestuur zit is het nauwelijks nog te combineren, maar ik vind het omgaan met mensen hartstikke leuk.
Vanuit het bestuur van Radio 794 en Radio Voorst/Veluwezoom ben ik betrokken bij een groep van zes mensen die toewerkt naar een streekomroep.
Daar gaat een zee van tijd inzitten. We hebben sollicitaties lopen voor de functie van hoofdredacteur (full time) en een zakelijk leider (twee dagen in de week). Een omroep die ook de gemeenten Apeldoorn en Zutphen omvat, waarbij het de vraag is of er één of twee studio’s komen en waar die worden gepositioneerd. Mijn taak is om de vrijwilligers ervoor te enthousiasmeren. Onze lokale omroepen hechten ook aan geestelijk nieuws, waar veel naar wordt geluisterd. Dat is voor Apeldoorn en Zutphen beduidend minder. Met nog twee mensen van onze beide omroepen knokken we ervoor om het nieuws uit onze gemeenten straks een plek te bezorgen.”
Maar er staat nog zoveel meer op het lijstje dat voor me ligt
“Vanuit mijn eerdere betaalde functies zit ik in het bestuur van Samen voor Ouderen, een stichting die voortvloeit uit welzijnsorganisatie Koppel-Swoe. Die blijkt vrij onbekend. Er is een stevig bedrag aanwezig om aan projecten voor senioren te besteden. Mensen zijn verbaasd als je ze daar in een persoonlijk gesprek op wijst.
Ik ben betrokken bij het Mantelzorgcafé STIP in Heerde. Zo fijn als je de medemens een schouder kunt bieden om uit te huilen of anderszins te steunen.
In Epe mag ik samen met anderen de Dag van de Mantelzorg doen.
De seniorensportdag elke derde donderdag van de maand is een beetje mijn kindje. Ik heb het als vrijwilliger voortgezet nadat ik er eerder professioneel mee te maken had. Op de derde donderdag van maart komen in De Wieken 90 tot 100 senioren bijeen om een dag sportief bezig te zijn, onderbroken door een stamppotbuffet. Heel lang deed ik werk voor De Bloemfontein Vaassen.
Als partner van mijn man, die bestuurslid is van de Oranjevereniging, verleen ik daarin hand- en spandiensten. We offeren er net als een aantal Emstenaren twee weken vakantie voor op om het jaarlijkse meerdaagse festijn met een optocht en dergelijke handen en voeten te geven,
Verder functioneer ik als coördinator van de twee klompenpaden in Emst. Iedere maand zorgen we links en rechtsom voor het onderhoud. Onze wens is nog een keer een klompenpad voor kinderen te organiseren. Dat ligt moeilijk met grondeigenaren, maar wie weet wat in de toekomst nog mogelijk is.”
Als je nu maar één ding aan mocht houden
Bij deze vraag is haar de verbazing van het gezicht te scheppen.
“Dick, dat is een onmogelijke vraag. Vertel jij dan aan al die organisaties dat Linda er mee stopt? Misschien dat ik de collectes voor het MaagDarmLever Fonds (organisator), collecte KoninginWilhelmina Fonds, de Hersenstichting en Dierenbescherming op een lager pitje zou kunnen zetten, maar nee, dat mag niemand me aandoen.”
